Twan Vet voor Ilham Tohti
Vrijheid kan ik je niet teruggeven met deze brief en mijn ambassadeurschap. Maar wat ik je misschien wel een beetje terug kan geven, zijn woorden. Dit zijn de mijne. En ze zijn voor jou. Ik zal ze verspreiden omdat jij het niet kan.
Twan Vet
%20(1).webp)
Fotograaf: Keke Keukelaar
Twan Vet
Twan Vet is schrijver, dichter en muzikant. Zijn gedichten verschenen in literaire tijdschriften als Het Liegend Konijn, Hollands Maandblad en NRC. Ook schrijft hij voor cabaret en theater. In juni 2025 verscheen zijn debuutbundel Troostpogingen bij De Bezige Bij. De komende tijd werkt hij aan proza.
Ilham Tohti
Ilham Tohti is schrijver en academicus. Hij zit sinds 2014 een levenslange gevangenisstraf uit, vermoedelijk in isolatie, vanwege zijn vreedzame inzet voor de rechten van Oeigoeren. Zijn familie heeft hem sinds 2017 niet mogen bezoeken. Tohti's gevangenschap is emblematisch voor de langdurende repressie van Oeigoeren en hun culturele identiteit door de Chinese overheid. Een groot aantal Oeigoerse schrijvers, dichters, academici en intellectuelen zit gevangen.
_edited.jpg)
Tweede brief
Amersfoort, 4 juni 2025
Beste Ilham,
Er zijn vier maanden verstreken sinds mijn eerste brief. Ik vrees dat er in die tussentijd voor jou niet veel veranderd is, alleen de seizoenen zijn verschoven. Dat is hier ook gebeurd: de winter is voorbij en de lente trekt aan de stad als een kind aan de hand van zijn moeder.
De afgelopen maanden nam ik het portret dat ik van je heb mee naar verschillende optredens. In de trein zette ik de tas met het portret erin op een stoel, of heel voorzichtig op de grond als de coupé vol was. Ik vertelde over jouw leven en het onrecht dat je is aangedaan in een podcast over poëzie. Op de radio vertelde ik over de site die door jou werd opgericht. En bij een aantal optredens in Utrecht en Amsterdam las ik mijn eerste brief voor. De mensen luisterden stilzwijgend. Daarna herhaalden ze jouw naam om die niet te vergeten. Een bejaarde vrouw met een leesbril haalde een notitieblokje tevoorschijn en noteerde je naam zodat ze die thuis op het internet nog eens op kon zoeken.
Het was bijzonder om zo mijn ambassadeurschap voor het eerst vorm te geven en mensen over je te vertellen, terwijl ik je zelf amper ken. Toch bekroop me ook een vorm van machteloosheid na ieder optreden. In de trein terug dacht ik meermaals: wat voor impact heeft hetgeen wat ik doe? Kan dit ambassadeurschap daadwerkelijk iets veranderen aan je benarde situatie? En hoeveel van jou en je verhaal kan of mag ik mezelf toe-eigenen als ambassadeur? Ik heb over je verteld, het is lente geworden en straks zomer en daarna winter en de kans is groot dat je dan nog steeds vastzit. Wat kan ik nog meer doen?
Ik heb het antwoord nog niet. Misschien hoeft dat ook niet. Want het feit dat ik je naam op podia en in gesprekken heb genoemd en nog ga noemen, met mensen in gesprek raak over wie je bent en wat je doet en zo een minieme bijdrage kan leveren aan het feit dat je niet vergeten wordt: dat blijf ik onverminderd doen. En ondertussen broed ik op nieuwe manieren om aandacht voor je te vragen. Er wordt aan je gedacht, dat is eigenlijk wat ik je wil zeggen. En ik zal je blijven schrijven.
Groet,
Twan
Eerste brief
Beste Ilham,
Het is januari, er valt een streepje zon op mijn schrijftafel en het duurde even voordat deze zin er stond. Ik heb ieder woord lang gewogen, zo lang dat ze zwaar werden en uit mijn handen vielen, want hoe begin je aan een brief aan iemand die je niet kent? Welke woorden zijn de juiste voor iemand die al tien jaar in isolatie verkeert, de stem van familieleden haast vergeten is, deze brief wellicht zelfs nooit zal ontvangen?
Ik weet het eigenlijk niet. Misschien zo. Wat ik wel zeker weet, is dit: PEN Nederland heeft me gevraagd of ik jouw ambassadeur wil zijn en op die wijze aandacht wil vragen voor wie je bent, waar je voor staat en wat je overkomen is. En ik zei ja, natuurlijk zei ik ja – mijn woorden en tijd voor het zwijgen dat jou zo bruut is opgelegd. Het is een kleine prijs voor mij, waar jij hebt betaald met het meest kostbare: je vrijheid.
Het vergt een vorm van moed die me vreemd is omdat ik me als schrijver kan uiten zonder dat de autoriteiten me oppakken, een oneerlijk proces aandoen en veroordelen tot een levenslange gevangenisstraf.
Ik heb veel over je gelezen de afgelopen dagen en een gevoel van machteloosheid viel over me heen: hoe willekeurig het totalitaire systeem zich tegen burgers kan keren, het gebrek aan bescherming die je dan ten deel valt en het gemak waarmee mensen worden beroofd van hun stem.
Het komende jaar zal ik aandacht vragen voor je werk en je gevangenschap. Wanneer ik met de trein naar een optreden ga, zal er een portret van jou met me meereizen. Ik zal dat portret op een stoel zetten en het publiek dat poëzie verwacht eerst deze brief voorlezen. Dat kleine gebaar ligt binnen mijn macht. Op die manier zal ik mensen vertellen over de tweetalige website Uyghur Online die je oprichtte om te rapporteren over misstanden tegen Oeigoeren, dat je een gerenommeerde academicus was aan de universiteit van Beijing, hoe je in 2014 werd opgepakt en je familie vijf maanden lang niet wist waar je was, dat je tien dagen geen eten kreeg en dat je voeten werden vastgebonden, hoe je familie je sinds 2017 niet meer heeft mogen bezoeken, dat je een gewetensgevangene bent voor wie er geen uitzicht is op vrijlating.
Vrijheid kan ik je niet teruggeven met deze brief en mijn ambassadeurschap. Maar wat ik je misschien wel een beetje terug kan geven, zijn woorden. Dit zijn de mijne. En ze zijn voor jou. Ik zal ze verspreiden omdat jij het niet kan. En ik zal je spoedig weer schrijven.
Groet,
Twan
