Elk jaar tijdens de Algemene Ledenvergadering herdenken wij de dat jaar overleden PEN-leden. Voor hen schreef Aleid Truijens een in memoriam, dat ze ook voordroeg tijdens de ALV.
30/06/2026
In memoriam: Wouter van Gils en Lieke Marsman
Wouter van Gils (1953-2025)
Op 8 juli 2025 overleed Wouter van Gils, aan de gevolgen van een hartstilstand. Hij werd 71 jaar. Niet veel schrijvers en lezers zullen hem hebben gekend, maar in de boekenwereld was hij invloedrijk en geliefd. De laatste twintig jaar van zijn werkzame leeftijd werkte hij bij uitgeverij Boom, als uitgever Filosofie.
Zelf was hij ook filosoof. Na zijn studie wilde hij schrijven. Hij promoveerde op de Franse socioloog en filosoof Jean Baudrillard; ook was hij medeauteur van het boek Mensen en macht. Daarna trok het boekenvak hem; al tijdens zijn studie had hij een eigen boekhandeltje gehad. Hij was een tijdje directeur van uitgeverij Unieboek, maar bij Boom vond hij echt zijn draai: hij kon mooie projecten bedenken en schrijvers inspireren en aanmoedigen.
Bestuurlijk was hij ook actief in de boekenwereld. Van Gils zat in de besturen van onder meer de Stichting Writers Unlimited, de Libris Literatuur Prijs, de Mediafederatie en de Werkgeversvereniging Uitgeverijbedrijf. Voor al deze activiteiten werd hij bij zijn pensionering onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Van Gils heeft veel betekend voor de populariteit van filosofieboeken in Nederland en voor filosofie als schoolvak. Hij was ervan overtuigd dat de filosofie voor een groot publiek interessant was, niet alleen voor de intellectuele elite. Daarin kreeg hij gelijk. Hij bedacht succesvolle filosofiemethodes voor het voortgezet onderwijs; filosofie werd een geliefd schoolvak. Bij Boom liet hij vele filosofische werken vertalen, van onder anderen Descartes, Foucault, Hobbes en Hannah Arendt. Hij durfde een vertaling aan van het monumentale werk van Emmanuel Kant, Kritiek van de zuivere rede. Het onverkoopbaar geachte boek werd een commercieel succes.
Zijn grootste waagstuk was een project uit 2005, de Kruidvat-Filosofiebox. In die box zaten teksten uit 25 eeuwen westerse en oosterse filosofie, uitsluitend te koop bij de drogisterijketen, voor nog geen 50 euro. Een zeer onorthodox idee. Binnen drie dagen was de box in alle filialen uitverkocht. Je moet maar durven: de allergrootste filosofen tussen de tandenborstels en de scheermesjes leggen, voor een weggeefprijs. Het toont hoe groot het vertrouwen van deze uitgever was in de kracht van zijn auteurs en hoe groot zijn geloof in de verspreiding van de filosofie.
Lieke Marsman (1990-2026)
Op 3 juni 2026 overleed Lieke Marsman. In Parijs, waar ze met haar geliefde, met wie ze kort daarvoor was getrouwd, het tennistoernooi Roland Garros had bezocht. Ze was ontstellend jong, 35. En hoewel het een aangekondigde dood was – Marsman leed al acht jaar aan een ongeneeslijke vorm van kraakbeenkanker – was de schok onder haar lezers groot.
Ze was geliefd. Een van de belangrijkste stemmen in de Nederlandse literatuur, en al vijftien jaar een zeer productief en veelgelezen auteur. Ze schreef poëzie, proza en essays en mengvormen daarvan, werk dat zowel de literaire kritiek als een breed lezerspubliek kon bekoren. Haar stormmachtige binnenkomst in de letteren, met haar debuutbundel Wat ik mijzelf graag voorhoud – moet haar zelf verbaasd hebben. Ze kreeg er liefst drie literaire prijzen voor: de C-Buddingh’-prijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de Liegend Konijn Debuutprijs. Zichtbaar geïntimideerd nam de toen twintigjarige studente filosofie de drie prijzen en de lof in ontvangst.
Dit was poëzie die veel mensen graag lazen: helder, eigenwijs, grappig, maar ook bedachtzaam en vol twijfel. Poëzie die zegt wat iedereen wel had willen zeggen, maar daar de woorden niet voor kon vinden. Geen navelstaarder, maar iemand die zich veel vragen stelt over het gedrag van mensen, over de politiek en de wereld en de toekomst, over zichzelf. In 2017 verraste ze met een ‘klimaatroman’: Het tegenovergestelde van een mens (2017).
Vanaf 2018 ging het werk van Marsman vooral over één thema: sterven als je nog ontzettend graag wilt leven. In De volgende scan duurt vijf minuten (2018) beschreef ze hoe het is om te belanden in de wereld van de zieken, in de machinerie van de zorg. Er was toen nog hoop op genezing. Helaas werden er in 2020 uitzaaiingen geconstateerd. Voortdurende behandeling en regelmatig ziekenhuisbezoek vulden een deel van haar leven. Toch ging ze in 2021 in op het verzoek om Dichter der Nederlanden te worden – eentje die niet voortdurend het land ik zou trekken, maar goed, het was toch Corona. Achter haar computer bereikte Marsman vele andere thuiszitters. Zelf ziek, besloot ze de stem te worden van ‘het dorre hout’, de mensen van wie beleidsmakers en sommige artsen vonden dat ze geen levensreddende behandeling verdienden.
Haar eerste gedicht als Dichter der Nederlanden, in NRC (4-2-2021) begint met de zin: ‘Een op de drie heeft een gelukssteen’. Niet voor niets, want ‘(…) een op de drie krijgt kanker. / Ziet de arts de gang op komen, / weet eigenlijk de uitslag al. / Ziet het gewone leven op een sloepje stappen, / is de galeislaaf bij zijn eigen zinken.’ Snijdender kun je niet voelbaar maken hoe het is om een doodvonnis te horen.
In de laatste jaren voor haar dood schreef Marsman kritisch over het denken rondom sterven en de waarde van een mensenleven. Ze schreef daarover in het aangrijpende Op een andere planeet kunnen ze me redden (2025). Daarin verzet ze zich tegen de heersende gedachte dat kwaliteit van leven boven zo lang mogelijk leven gaat; voor haar gold dat niet; zij wilde het leven tot de laatste snik beleven, en dat is, beoogt ze, beslist niet ‘onwaardig’. Anderen hoeven niet te bepalen of haar leven nog zin heeft.
Ze vertelt hoe zeer ze haar best moet doen om een zware operatie af te dwingen bij de chirurg: de amputatie van haar rechterarm. Zo’n verminkende operatie zou ze niet moeten willen. De operatie gaat door, in 2022, maar het was vernederend om erom te moeten smeken. ‘Hoewel ik het een hoge prijs vond, vond ik het ook een redelijke. Omdat ik iets groots wilde bereiken (langer leven), moest er iets groots sneuvelen (mijn arme, lieve arm).’ Ook schrijft ze: ‘Een onderschat onderdeel van de kwaliteit van leven, is de hoop dat je blijft leven.’ Ze staat, als niet-religieus opgevoede schrijver, nu open voor mystieke gedachten over hogere machten, leven na de dood en zelfs buitenaards leven: ‘Hoe groter het verdriet, hoe groter de hang naar een goddelijke almacht.’ Maar ze schrijft ook fel over politiek, over machtswellust over het gebrek aan leiderschap van politici, over de macht van de farmaceutische industrie, over valse managerspraat en loos gezwets over ‘verbinding’. Aan de holle taal herkent ze de verzwegen bedoelingen. Ze twittert erover, met humor, woede en venijn.
In 2025 werd de Constantijn Huygens-prijs aan haar toegekend voor haar gehele oeuvre; was de jongste laureaat ooit; het kon nog net. We gaan Lieke Marsman erg missen.
Tot slot een fragment uit het lange titelgedicht uit de bundel In mijn mand (2021):
Is het mijn sterfdag?
Ik maak mij geen zorgen
Alle gelukkige momenten herhalen zich
Eerst als tragedie en dan als klucht
en daarna als elegie
Is het mijn sterfdag?
Vergeet engelen en psalmen
Ik wil het vanille van een oud boek
Ik wil een koud flesje bier
en ik wil jou, nog één keer
Vergeet vogels die zingen
Ik wil mijn hond horen drinken.
